Vader zijn.

Geboorte.

Dertien jaar geleden werd ik voor het eerst vader. Ik kan mij nog herinneren hoe trots is was op mijn vrouw, hoe blij ik was met onze dochter en hoe moe ik was na een nacht wakker zijn. Ook kan ik mij nog goed de machteloosheid herinneren die ik voelde, terwijl mijn vriendin aan het bevallen was. Er zijn was alles wat ik kon doen. Ik vermoed dat ik dat wel goed gedaan heb.

En toen begon het avontuur. Wij hadden een dochter. De eerste blik die ik van haar kreeg was donker en boos. Ik kon haar wel begrijpen. Stel je voor dat je compleet relaxed in een heerlijk warm bad ligt en ineens komt er iemand langs en die sleurt jou uit dat bad. Daar wordt je niet blij van. Dus die blik begreep ik.

Papa.

Vader zijn, vind ik, is niet iets wat je bent op het moment dat je kind geboren wordt. Het is iets dat je door de jaren heen wordt. Met vallen en opstaan. Met gebroken nachten, met de eerste nacht weer door kunt slapen. Met eerste stapjes, het eerste tandje en de eerste blauwe plek van het vallen. (Leren lopen doe je echt met vallen en opstaan.) Onenigheid met je vrouw over hoe wat te doen. Immers, zelf kom je ook allebei uit een opvoeding en dat neem je mee.

En zo ging het ook bij mij. Vaderschap ging ook met vallen en opstaan.
Want een kind hebben is leuk, maar even snel naar de winkel gaan, uitslapen en een vlugge kop koffie bij familie zat er niet meer in. Tassen moesten mee, de wandelwagen opgevouwen in de achterbak, de Maxi Cosi goed vastzetten in de auto.
Voordat je uiteindelijk weg was, was je al een halve dag verder.
Ik vond het leuk. Soms wat minder, soms ook niet. Maar over het algemeen wel.
En dan waren er momenten dat ik mij serieus af heb gevraagd of ik wel een goede vader ben. Voor alle duidelijkheid: die momenten zijn er nog steeds.
Leren vasthouden, troosten als er iets is, problemen met vriendinnetjes of met school oplossen en mijn dochter loslaten. Met dat laatste heb ik heel veel moeite. Ik ben de papa die zijn dochter moet beschermen tegen de boze buitenwereld. De papa die zijn dochter het liefst nooit alleen op pad laat gaan. Een vriendje? Ja, als zij tweeënveertig is. Misschien!

Raar genoeg ziet mijn dochter dat anders. Die vindt het soms wel leuk als ik er bij ben en vaker is het alleen maar praktisch (ik ben degene die wél een rijbewijs heeft). Gelukkig is zij, net als ik, dol op knuffelen. Dat is dan weer een pluspunt. Met name bereknuffels zijn gewild.

En verder.

Zo gingen de jaren door. Maxi Cosi weg, Bugaboo verkocht, zindelijk, naar school, tanden wisselen, op schoolkamp, naar het voortgezet onderwijs, …

Nu, dertien jaar later, loopt er een jonge dame in huis rond die haar eigen weg aan het vinden is. Een tiener als ze leuk en gezellig is. Een puber als ze een van haar “buien” heeft. Gelukkig is de tiener vaker aanwezig dan de puber. “Maar,” vertelde een collega mij laatst, “ze is ook nog maar dertien. Dat komt nog wel, dat pubergedrag.”

En ik kijk er met verwachting en met angst naar uit. Ik vind het geweldig om mee te mogen maken hoe mijn dochter zich ontwikkeld heeft van pasgeborene met een boze blik naar een geweldige jonge dame die druk bezig is de wereld om zich heen een eigen invulling te geven. Zij is druk bezig interesses te ontwikkelen, zich creatief te manifesteren en doet haar best op school. Ik heb gemerkt dat mijn rol als vader is hiermee niet uitgespeeld. Mijn rol transformeert zich van opvoeder naar coach, voorbeeld en spiegel. En soms ook als regelrecht vervelende man die toch nog zijn zin wil doordrijven, omdat ik weet dat dat beter is voor haar.

Vader zijn is iets dat je je hele leven lang blijft leren.

Fijne dag,

Jeroen